Rug WikiRug Wiki

Katoen

Katoen ligt zelden bovenop een oosters tapijt. Zij zit onzichtbaar in het binnenwerk en houdt het tapijt in vorm. Wat de vezel zo onmisbaar maakt, wanneer zij in Perzië haar intrede deed en wat u aan de achterzijde kunt aflezen.

#Katoen als basisconstructie

Katoen zit onzichtbaar in het binnenwerk van vrijwel elk knooptapijt: als kettingdraad, die in de lengte door het weefgetouw wordt gespannen, en als inslagdraad, die elke knoopreeks dwars vastzet. Deze onzichtbare opbouw houdt het tapijt in vorm, zorgt voor de nodige spanning bij het knopen en bepaalt of een tapijt na decennia plat of vervormd ligt. In een handvol stijlen, Indiase dhurries en enkele Noord-Afrikaanse stukken, is ook de pool van katoen, wat een vlakkere, koelere uitstraling geeft. In het Perzische, Turkse en Kaukasische knooptapijt blijft de pool echter vrijwel altijd van wol of zijde.

#Waarom juist katoen?

Katoen verenigt verschillende eigenschappen die haar de standaardoplossing voor de basisconstructie maken. Zij is zeer scheurvast, rekt slechts minimaal en neemt de spanning van het weefgetouw gelijkmatig op. In vergelijking met wol is zij gladder spinbaar, wat bij het knopen schonere knopen oplevert. Bovendien is zij goedkoop, wat bij de grote lengtes die ketting en inslag vergen flink meeweegt.

#Wanneer katoen in het oosterse tapijt kwam

Katoen kwam betrekkelijk laat in het Perzische knooptapijt. Pas vanaf de 17e eeuw werd zij in Perzië breed beschikbaar; daarvoor gebruikten de knopers overwegend wol als ketting. In zeer oude tapijten, bijvoorbeeld antieke stukken uit de 18e of vroege 19e eeuw, vindt u daarom vaak een zuiver wollen ketting. Deze stukken zijn elastischer dan moderne knooptapijten, maar ook minder vormvast: de vorm werkt in de loop van de tijd na. In het Turkse gebied deed katoen deels nog later haar intrede, waardoor ook veel Anatolische tapijten tot in de vroege 20e eeuw met een wollen ketting werden gemaakt. Wie een tapijt wil dateren, controleert als eerste benadering het kettingmateriaal.

#Wat u aan de achterzijde afleest

Draai een tapijt om en u ziet de hele constructie. Bij een hoogwaardig handgeknoopt stuk herkent u de fijne katoenen kettingdraden in gelijkmatige tussenruimtes. Daartussen zitten de afzonderlijke knopen als kleine gekleurde punten, vastgehouden door de katoenen inslag. Een grove of ongelijkmatige achterzijde, een opgeplakte latexlaag of een drager wijzen op machinale productie. Let ook op de franjes: bij een echt knooptapijt zijn zij de verlenging van de katoenen ketting en daarmee onlosmakelijk met het tapijt verbonden. Aangenaaide of gelijmde franjes zijn een waarschuwingssignaal. Bij zeer oude tapijten wordt katoen met de tijd bros, wanneer de kettingdraden brokkelig aanvoelen, vermijdt u natte reiniging en laat u het tapijt voor elke behandeling door een specialist beoordelen.

Verder lezen