Rug WikiRug Wiki

Herkomst herkennen

Elke knoopregio heeft een eigen motiventaal, kleurvoorkeuren en technische eigenaardigheden. Met enige oefening laat de herkomst van een oosters tapijt zich in de meeste gevallen tot een knoopgebied terugbrengen, soms zelfs tot een concrete stad. Deze pagina toont de belangrijkste aanwijzingen.

#Perzisch: vloeiend floraal, vaak met medaillon

Perzische tapijten uit Iran kenmerken zich door golvende, vloeiende lijnen. Floraal werk met bloemen, ranken, bladeren en vogels overheerst. Het klassieke medaillon ligt centraal, vaak omgeven door een vloeiende boord met florale tussenvelden.

De kleuren zijn warm: bordeauxrood, meekraprood, indigoblauw, ivoor, walnootbruin. Bij fijne Nain- en Isfahan-stukken overheerst ivoor als grondtoon.

Knoopsysteem: de asymmetrische Senneh-knoop overheerst, die fijne detaillering toelaat.

Typische manufacturen en regio's: Tabriz, Isfahan, Nain, Qum, Kashan, Bidjar, Heriz, Hamadan, Sarough.

#Turks: vaak geometrisch, krachtige kleuren

Turkse tapijten uit Anatolië tonen vaker geometrische motieven, met duidelijk strakkere contouren dan Perzische stukken. Boorden lopen met ster- of rozetachtige patronen, soms in scherp contrast met het hoofdveld.

De kleuren zijn krachtig en helder: bloedrood, donkerblauw, zwavelgeel, smaragdgroen. Natuurlijke vervingen uit meekrap en indigo overheersen ook in moderne stukken.

Knoopsysteem: de symmetrische Ghiordes-knoop overheerst. Robuuster, minder detailrijk dan de Senneh, maar duurzamer.

Typische stijlen: Hereke (zijden tapijten), Kayseri, Yağcıbedir, Bergama, Konya, Ladik.

#Kaukasisch: streng geometrisch, krachtige contrasten

Kaukasische tapijten uit Azerbeidzjan en Armenië vormen de strengste geometrische school. Sterren, kruisen, ruiten, wervels, hoekige diermotieven op vaste rechthoekige velden. Geen vloeiende lijnen, geen florale ranken.

De kleuren zijn contrastrijk: diep rood, middernachtblauw, ivoor, zwavelgeel. Drie of vier hoofdkleuren overheersen het hele stuk.

Knoopsysteem: Ghiordes of Senneh, afhankelijk van de regio.

Typische stijlen: Kazak, Schirwan, Karabagh, Daghestan, Talisch.

#Turkmeens: herhaalde Gül-motieven

Turkmeense tapijten uit Centraal-Azië zijn herkenbaar aan het herhaalde Gül-motief, een achthoekig of zeshoekig stamteken dat in rijen over het hoofdveld loopt. De Tekke-Gül, Salor-Gül of Yomud-Gül identificeert de bijbehorende stam.

De kleuren zijn diep en gedempt: donker roodbruin (typisch Tekke), diep indigo, soms ivoor. Het hele stuk werkt monochromatisch in vergelijking met Kaukasische stukken.

Knoopsysteem: de asymmetrische Senneh-knoop overheerst, met hoge dichtheid.

Typische stijlen: Tekke, Yomud, Salor, Ersari, Beluch (een overgangsvorm naar de Afghaanse traditie).

#Tibetaans en Nepalees: abstract-modern

Tibetaans-Nepalese tapijten vormen de jongste en in vormgeving meest vrije school. Abstracte velden met kleurverlopen, geometrische modules zonder klassieke motiventaal, vaak zeer groot van formaat.

De kleuren zijn vaak monochromatisch of als verloop opgezet, met subtiele structuurwisselingen door verschillende garendiktes.

Knoopsysteem: de Tibetaanse loop-knoop, gewerkt over een staaf. Hij laat textuurwisselingen toe en gecombineerde materialen (wol, zijde, bamboe) binnen één knoop.

Typische manufacturen: Tibetan Wool, Stepevi, Jaipur Rugs (ook al is het merk Indiaas, vaak laten ze in Nepal knopen).

Verder lezen