Is mijn tapijt echt?
Of een tapijt echt handgeknoopt is of machinaal vervaardigd, laat zich in de meeste gevallen klaren zonder loep en zonder laboratorium. Zeven tests volstaan voor een betrouwbare beoordeling. Deze pagina leidt u in volgorde door de tests.
#Test 1: de achterkant
Draai het tapijt om. Bij een handgeknoopt stuk ziet u het patroon spiegelbeeldig, maar net zo scherp als aan de voorzijde. Elke afzonderlijke knoop is herkenbaar als een klein puntje, licht onregelmatig in grootte en positie.
Bij een machinaal tapijt ziet u aan de achterkant een gelijkmatig weefsel of een dragervlies, vaak met latex of synthetische coating. Het patroon blijft bleek omdat de kleuren niet doorslaan.
Deze test is de snelste en is in 90 procent van de gevallen al voldoende.
#Test 2: de franjes
Echte franjes zijn de verlenging van de kettingdraden van het tapijt, dus deel van de constructie. Ze lopen zonder naad over in het grondweefsel en kunnen niet worden uitgetrokken zonder dat het tapijt uiteenvalt.
Machinale franjes zijn vaak los aangenaaid. Trek voorzichtig aan één franje. Komt deze los van het tapijt zonder dat het weefsel meegeeft, dan is hij achteraf bevestigd.
Pas op: sommige hoogwaardige machinale stukken hebben franjes die wel onderdeel van het weefsel zijn, maar door het tuften helemaal niet in de knopen verankerd. De achterkant-test blijft de betrouwbaarste controle.
#Test 3: onregelmatigheid van knopen
Handgeknoopte tapijten zijn nooit volmaakt symmetrisch. Aan de boorden, in hoekconstructies, soms midden in het hoofdveld zijn kleine onregelmatigheden zichtbaar. Een lijn loopt iets verschoven, een boord loopt op een hoek niet exact rond, een kleur wijkt af.
Deze onregelmatigheden zijn geen gebrek, maar een echtheidssignaal. Machinale tapijten zijn volmaakt symmetrisch omdat de herhalingslogica van de machine ze daartoe dwingt. Oogt een tapijt opvallend perfect, dan is een tweede controle de moeite waard.
Bij twijfel: kijk naar de hoeken van de boorden. Bij handgeknoopte tapijten lost de knoopster de hoekconstructie vaak creatief op, met een licht afwijkend patroon of een niet helemaal exacte overgang. Bij machinale stukken lopen de hoeken van de boord wiskundig zuiver door.
#Test 4: waterproef
Wrijf met een vochtige witte doek over een klein stukje van de pool. Bij een echt wollen tapijt neemt de doek een licht aards-schapige geur op, soms een zeer zwakke vleug lanoline. Kleur blijft in de regel nauwelijks in de doek achter.
Bij een synthetisch tapijt is de geur hard, soms met een chemische bijklank. Bij minderwaardige anilineverf kan de kleur duidelijk afgeven, wat bij wollen tapijten alleen voorkomt bij zeer oude of slecht geverfde stukken.
Belangrijk: een echt wollen tapijt doorstaat deze test zonder schade. Een synthetisch tapijt eveneens. U riskeert dus niets.
#Test 5: geurtest
Til een hoek van het tapijt op en ruik aan de achterkant. Een echt wollen tapijt ruikt aards-schapig, soms met een lichte vleug lanoline of jutekettingdraad. Antieke stukken ruiken vaak naar hout, stof en soms naar lavendel of naftaleen (van opslag met mottenmiddel).
Synthetische tapijten ruiken hard, soms naar oplosmiddel of latex. Verse industriële waar kan zelfs een duidelijk chemische eigengeur hebben die weken niet helemaal vervliegt.
Wanneer u een oud, geërfd tapijt controleert en op het achterweefsel een lichte lanolinegeur waarneembaar is, dan is dat een sterk signaal voor echte wol.
#Test 6: brandproef (met voorzichtigheid)
Deze test is destructief en mag alleen op een absoluut verborgen plek worden uitgevoerd, bijvoorbeeld op een toch al afgeknipte pooldraad aan de achterkant. Niet voor de eerste indruk, maar voor de laatste verificatie.
Pluk een minuscuul vezeltje uit de pool en houd het in een lucifervlam. Zuivere wol verbrandt langzaam, schroeit tot kleine zwarte bolletjes, en de as verkruimelt tot poeder. De geur is scherp, vergelijkbaar met verbrand haar.
Synthetisch smelt in plaats van te verbranden. Polypropyleen druipt, polyester smelt tot een hard klompje dat niet te verkruimelen is. De geur is plasticachtig.
Gebruik deze test alleen als de overige onduidelijk blijven. Een minuscule vezel uit de achterkant is niet zichtbaar, een gat in de voorkant is onherstelbaar.
#Test 7: controle van de knoopdichtheid
Vouw de achterkant parallel aan de knooprichting en tel de knopen op een vierkante centimeter. Vermenigvuldigd met 10.000 levert dat het aantal knopen per vierkante meter op.
Minimumwaarde voor handgeknoopte tapijten: 60.000 knopen per m² (losse berberknoping). Typische woontapijten: 150.000 tot 350.000. Fijne stukken: 400.000 tot 800.000. Hoogste bereik (Hereke-zijde): tot 2 miljoen.
Machinale tapijten hebben geen echte knoop. U telt dan hoeveel poolkoppen per vierkante centimeter zichtbaar zijn, wat een andere maat is. Een tuft- of weeftapijt heeft poolkoppen, maar drukt u de pool tussen uw vingers uiteen, dan ziet u een dragerweefsel in plaats van een knoopstructuur.
Levert de knopentelling minder dan 60.000 per m² op, beoordeel de andere tests dan extra kritisch. Er bestaan zeer losse echte knopingen (sommige berbers, enkele nomadische stukken), maar onder deze drempel wordt het stuk zelden als hoogwaardig ingeschat.
Verder lezen
Oosterse tapijten herkennen
De belangrijkste controlepunten om een echt handgeknoopt oosters tapijt van imitaties te onderscheiden.
LezenHandgeknoopt vs. machinaal
Hoe een handgeknoopt oosters tapijt verschilt van een machinaal vervaardigd tapijt. Acht criteria, een vergelijkingstabel, een heldere koopaanbeveling.
Lezen